Saturday, April 08, 2006

Niet over praten, maar laten gebeuren!

Als theater je sprakeloos maakt, moet je er eigenlijk ook geen woorden aan proberen te geven. Maar deze ervaring is zo bijzonder geweest dat ik er toch enkele woorden aan wil wijden. Zinnenprikkelend theater is het enige wat je daadwerkelijk kunt zeggen over de voorstelling Huis van de toekomst. Het is niet slechts toezien op een gebeuren maar het is het ondergaan van iets wat er met jou gebeurt. Je zintuigen kunnen gewoonweg niet alles registreren wat er gaande is, maar blijven desalniettemin continu op scherp staan. Mooier, vreemder en sensueler kan theater niet zijn.

Saturday, March 11, 2006

Tijd voor een ander kostuum

Ik zit regelmatig in het theater. Tot mijn spijt heb ik daar vaak een vreemde aha-erlebnis. Ik zie een acteur op het podium staan, maar herken hem niet. Zodra de acteur in kwestie zich van zijn kleding ontdoet, gaat er, helaas, een vlaag van herkenning door mij heen.

Het lijkt de artistieke norm van theatermakers te zijn geworden dat er minstens één “bloot moment” in een voorstelling moet zitten. Mijns inziens wordt er teveel naakt op het Nederlandse toneel tentoongespreid. In de toneelvoorstelling Cloaca (2003), geschreven door Maria Goos, en opgevoerd door Het Toneel Speelt, wordt naar mijn mening precies de vinger op de zere plek gelegd. In discussie zijn de personages Maarten en Joep. Maarten: “Ik ben theatermaker, soms loopt er wel eens iemand inhoudelijk in zijn blote kont, maar als jij dat porno vindt zit dat echt in jouw ogen”. De reactie hierop van Joep is treffend: “Flikker toch eens op met je inhoudelijk! Jij zou sneeuwwitje nog in een tijgerstring in haar kist leggen, ja wel, en je zou inhoudelijk de negen dwergen inhoudelijk allemaal een lul van een meter geven. Lazer toch op man. (…) Nee, nee, nee, ik ben geen fan van jou werk!”[1]

Dit fragment brengt mij tot mijn eerste argument namelijk: dat acteurs veelal uit de kleren gaan, zonder dat het ook maar enige functie binnen het gespeelde stuk heeft. Het lijkt er sterk op dat een “dood” moment binnen een voorstelling simpelweg wordt opgelost door daar een naaktscène in te voeren. Dit naakt is nogal een voor de hand liggende, gemakzuchtige en weinig creatieve keuze. Theater is de kunstvorm bij uitstek waarin experimenteren mogelijk is. Theater laat zich immers gemakkelijk met andere kunstgenres mengen: een dans, mooie muziek, videofragmenten, aan de verschillende mogelijkheden en technische middelen om de spanningsboog van de toeschouwer hoog te houden, ontbreekt niets. Het ontkleden had inderdaad in de jaren zeventig van de vorige eeuw een functie: een taboe te doorbreken. Anno 2006 is het echter helemaal niet meer nodig om met naakt een statement te maken. Je wordt al via alle media met naakt geconfronteerd. Het is dus juist een doorbrekend statement wanneer je een ander kostuum kiest voor het theatermedium, dan het inmiddels gangbare naaktkostuum.

Ten tweede zorgen de vele naaktmomenten voor het doorbreken van de illusie en betovering die een voorstelling in potentie teweeg kunnen brengen. Dit komt doordat de fysieke verschijning van een naakte acteur de rol die hij speelt overstijgt. Door de naaktheid van het individu neer te zetten kijk je naar de privé persoon van de acteur en niet naar de rol die hij vervult. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan vind ik de naaktmomenten in Madame de Sade van toneelgroep Amsterdam (2006). Alle vrouwenrollen worden in deze voorstelling vertolkt door mannen. Als een vrouw dan letterlijk piemelnaakt komt te staan, is de illusie van vrouwelijkheid totaal verloren gegaan, puur door de fysieke verschijning van de acteur. Daar komt bij dat als regelmatige theaterbezoeker, letterlijk de minuten aftelt tot eindelijk het naaktmoment is geweest zodat je, je nadien echt op de voorstelling kunt gaan concentreren. Dit negatieve verwachtingspatroon, welke is veroorzaakt door de continue nutteloze naaktstroom op het toneel, doet ernstig tekort aan de verbeelding van de voorstelling.

Ten derde is het naakt veelal onesthetisch. Natuurlijk hoeft niet iedereen mooi te zijn, maar het is nutteloos om in het theater de imperfecties van het menselijke lichaam van diverse acteurs te moeten aanschouwen. Juist op de plek, waar je met vormgeving en sculptuering met behulp van licht alle kanten op kunt om een wereld anders dan de werkelijkheid te creëren, moet je niet gedwongen worden om een natuurgetrouwe weergave van de mens te zien.

Het theater heeft in potentie zoveel meer te bieden dan slechts de vertoning van de adamskostuums van de spelers. Aan creatieve inspirerende en vernieuwende ideeën voor alle facetten van het theater, waaronder dus ook het kostuum, bij jonge theatermakers geen gebrek. Denk aan opzwepende danstheatervoorstellingen van theatergroep Dox of tragikomische mimevoorstellingen van Golden Palace. Beiden gezelschappen zoeken naar middelen om de aandacht van het publiek vast te houden, zonder van de gemakkelijke keuze om naaktheid te vertonen, gebruik te maken. Het theater verliest echt aan magie door constant verkeerde kostuumkeuze.


[1] Cloaca. Door Maria Goos. Reg. Willem van de Sande Bakhuyzen. Act. Peter Blok, Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat, Jaap Spijkers. Het Toneel Speelt, Amsterdam. 2003. (Fragment uit deze voorstelling opgenomen in dvd-box allemaal Theater van 1945 tot nu, een productie van IdtV-DITS voor de VandenEnde productie in coproductie met de AVRO.)

Tuesday, February 21, 2006

Schepper en schepsel aan het woord

VAMPYR – Stuffed Puppet
Gezien vrijdag 17 februari 2006, Nederlandse première
Theater Bellevue, Amsterdam
Nog te zien tot en met 21 juni 2006, tournee (www.stuffedpuppet.nl)

Het is moeilijk voor mij om mij voor te stellen wat het eerste moment in mijn leven is geweest dat ik de wondere wereld van het theater betreden heb. Na deze voorstelling realiseer ik mij dat ik als klein meisje erg onder de indruk was van poppenkastfiguren zoals Katrien: dat was mijn allereerste aanraking met theater. Ook nu bij volwassen poppentheater sloeg ik met wijdopen ogen deze theatervorm gade.

Stuffed Puppet bestaat uit de solospeler Neville Tranter en de poppen die hij leven inblaast. Achter deze theatervorm schuilt voor Tranter de wereld van een ambivalent machtsevenwicht tussen manipulator en schepsels. Deze theatervorm biedt daarnaast de mogelijkheid voor opvoeringen van de puurste vorm van symbolisch theater. Stuffed Puppet heeft vanaf het begin, Studies in Fantasy (1981), een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waren in den beginne enkel de poppen aan het woord, sinds het tweeluik Underdog en Manipulator (1985) is Tranter zelf een belangrijke rol gaan vervullen als tegenspeler van zijn creaturen.

Ook in VAMPYR vervult hijzelf een rol: als beschermengel Gabriël, een tikkeltje blasfemisch, van de duisternis. Het verhaal speelt zich af op een camping in het woud. De toneelaankleding is simpel, een prullenbak en groene doeken met bladstructuur, maar licht- en geluidseffecten zorgen voor een voelbaar donkere sfeer van deze omgeving. Neville Tranter vertolkt zijn rol en die van de creaturen oprecht en vol bezieling. Respect voor zijn schepsels is continu zichtbaar en soms moet hij de touwtjes der macht uit handen geven. Het verhaal is er één van desillusie, maar heeft helaas een zoetsappig einde. In het verhaal blijkt dat de camping de twee eigenaren niets meer oplevert, ze hebben de treurigheid en grimmig-filosofische dialogen die doen denken aan Beckets personages Vladimir en Estragon uit Wachten op Godot. De honger van de vampier, waker van de duisternis van het woud, naar bloedende maagden is onstilbaar. De zoon van deze vampier wil écht liefde geven en ontvangen, maar kan de overmacht van zijn vader nauwelijks overwinnen. Het toppunt van vergane illusie zijn de enige twee campinggasten een vader en zieke dochter, die beiden worden tot wanhopige schimmen in de duisternis. De karakters worden naast hun uiterlijke verschijning ook door de taalkeuze gevormd. De vampier spreekt donker Engels, de andere figuren helder Nederlands. Zowel de vampier als andere figuren komen overigens met dubieuze teksten op de proppen: teksten van een extreem kapitalistisch en individualistisch ideaal tot extreme freudiaanse seksuele drang worden ten tonele gevoerd. Pas dan merk ik dat poppen ondanks hun verderfelijke ideeën, niet raken zoals mensen dat kunnen. En als het verhaal eindigt met een liefdeskoppel, waarin het aan het kwaad ontsproten kind en het zieke vogeltje elkaar de liefde verklaren, en alles beter willen maken, is de illusie als een zeepbel geknapt.

Edward Gordon Craigs (1872-1966) ideaal van Ubermarionette, is weliswaar prachtig vormgegeven door Stuffed Puppet, maar geen vervanging van theater waarin de fysieke verschijning van de mens een rol speelt. Dat geeft toch een extra dimensie aan een voorstelling, die ik miste. Toch is deze theatervorm een aanwinst.

Friday, February 10, 2006

Kijken met andere ogen

Denne – Toneelgroep Amsterdam
Gezien vrijdag 3 februari 2006
Brakke Grond, Amsterdam

Denne is een voorstelling met Barry Atsma in de hoofdrol en met een kleine bijrol, doch met heel veel impact, gespeeld door Janni Goslinga. Toneelgroep Amsterdam is het grootste toneelgezelschap van Nederland, maar voor het eerst was ik echt onder de indruk van een voorstelling in naam van dit gezelschap. Juist door de intimiteit van Denne en de oprechtheid van deze voorstelling. In tegenstelling tot de grootsheid en pompeusheid die Toneelgroep Amsterdam mijns inziens vaak tentoon spreidt. Het personage Denne is ontwikkeld door Barry Atsma, de acteur, met als inspiratiebron zijn eigen mongoloïde broer en als leidraad in de voorstelling heeft hij een tekst van Esther Gerritsen gebruikt.

Een wonderlijk verhaal met een wonderlijke jongen dat is wat je kunt verwachten. Verbaasd was ik toch over het absurde beginmoment. Een compleet donkere zaal en een compleet donker podium, alleen het geluid en de flits van een camera. Een fascinerend begin, dat zodra de lichten aangaan ook begrijpelijk wordt. Er staat namelijk een kamerscherm vol met polaroid foto’s op het toneel. Allemaal gezichten met een verhaal. Verder staat er op het toneel slechts een bed opgebouwd uit kistkastjes. Al deze kastjes dragen een “geheim”, een verborgen boodschap.

De voorstelling zit ook verbaal vol verborgen schatten. De jongen, Denne, heeft zoveel absurde fascinaties en associaties, maar door de manier waarop deze worden verteld ga je erin mee. Wandelende takken, angst voor het pop worden oftewel sterven. Hij zit vast in zijn eigen denkwereld en gaat heel ver in zijn fantasie. Hij gaat wandelende takken pesten, maar zijn grootste obsessie blijkt toch wel die voor vrouwen, althans hun borsten. Onder zijn bed heeft hij een verzameling van plaatjes met tieten zoals hij ze zelf noemt. In alle soorten en maten, die hij ook allemaal een naam heeft toegekend. Het nummer “tietentovenaar” zorgt voor een lachsalvo in de zaal. Als er echter een vrouw de kamer betreedt weet hij zich geen raad met haar. Dat is ook de tragiek van de voorstelling, het karakter Denne lijkt zich constant bewust te zijn van zijn eigen “gekte”, die gepaard gaat met allemaal tikken. Juist daarom is de metamorfose die door de vrouw wordt veroorzaakt ook zo mooi. Zij doet gedurende een zoen zijn bitje uit. Dan lijkt Denne eindelijk te durven waar hij normaal alleen maar over droomt. Dit alles duurt echter slechts een fractie van een seconde. Niet veel later is hij weer alleen met zijn eigen gedachten. En het antwoord op zijn vraag die hij blijft herhalen:”Wie is er nou de baas?” blijft voor hem onbeantwoord. Toch krijgt het publiek een spiegel voorgehouden. Want denken wij als publiek wel wat wij willen denken? Uiteindelijk lijkt de waanzin hem volledig in zijn macht te krijgen als hij een Jezus-imitatie doet, zich de bedenker voelt van het nummer Imagine van de Beatles en de pijn van zijn moeder tijdens de bevalling probeert te herbeleven.

Het is ongelofelijk hoe je als redelijk denkend mens in de zaal zo kan worden meegenomen in de fantasieën van Denne. Als je daar zit heb je geen moment dat je zijn gedachtegang wilt gaan relativeren. Het einde zit al net zo goed in elkaar als de rest van de voorstelling. Een fel licht schijnt het publiek in en Denne ontsteekt een aansteker. Hij dooft uit zoals hij dat ook bij de wandelende tak had gedaan.

Tijdens deze voorstelling kijk je heel even met andere ogen naar alles wat erom je heen gebeurd. Ik vind het echt bijzonder dat een handicap wordt neergezet als een wonder. Het is geen medelijden voor mensen met een handicap, maar bewondering voor hun andersoortige gaven. En door deze voorstelling leert je om even met die andere ogen te kijken.

Confrontatie met de ziel

Darkside – Dox
Gezien zaterdag 28 januari 2006
Frascati 1, Amsterdam

Met een enigszins gekleurde bril, neem ik plaats in de zaal om te gaan kijken naar Dox. Een gezelschap naar mijn hart met al haar veelkleurigheid. Ik zal proberen uit te leggen waarom Dox voor mij zo bijzonder is aan de hand van de voorstelling Darkside. Dox staat bekend als een multicultureel gezelschap dat jongeren de kans geeft om zich te ontplooien en te ontwikkelen op het gebied van danstheater. De voorstellingen geven vaak stof tot nadenken, zonder dat, dat er te dik bovenop ligt.

Alles wordt uit de kast getrokken bij de nieuwste voorstelling van Dox, Darkside, en dit keer letterlijk. Een prachtig decor van 5 kasten, die het geheim van de spelers bewaren. Als de kastdeuren opengaan, kun je letterlijk een kijkje nemen in de donkere kanten van hun ziel. De een blijkt suïcidaal, een ander gewelddadig en drugsverslaafd, weer een ander heeft zo weinig respect voor zichzelf dat hij zich omringd met de ranzigste pornoplaatjes. Kortom iedereen heeft zijn eigen minder mooie gezicht, dat achter het dagelijkse masker schuilgaat. Tijdens de voorstelling worden de spelers op de proef gesteld. Ze krijgen vragenvuren over zich heen over hun kwaliteiten en kwantiteiten, ze moeten kiezen mee te gaan in de pesterige groepscultuur of daarvan te worden uitgestoten. Natuurlijk kiest Dox ervoor om prachtig fysiek spel te gebruiken in de voorstelling. Doordat er een samenwerkingsverband is met afgestudeerde dansers lijkt de dans zelfs enigszins te overheersen, maar niet op een storende manier.

Wat de voorstelling mooi maakt is dat de pijnlijke onderwerpen niet achter gesloten deuren worden gelaten. Het is confronterend, maar niet moraliserend. Het geeft stof tot nadenken, zonder dat je het gevoel hebt in een bepaalde richting te worden geduwd. Het spel is zo persoonlijk gemaakt, dat het soms heel eng dichtbij het publiek komt. Een boulimisch meisje dat midden op het podium braakt is eng, een jongen die verteld hoe hij uitgekotst is door de maatschappij en zijn droom niet mag verwezenlijken is om woedend over te worden, een jongen die verandert van een vrouwengek in een gewelddadige minnaar is weerzinwekkend.

En toch komen ze ermee weg, want het is eerlijk en oprecht wat ze doen. Er zit geen oordeel in het spel. En dat zou je als kijker ook niet moeten doen, veroordelen of zelfs maar oordelen. Het gevoel dat de voorstellig overbrengt is beklemmend, maar toch verlaat je de zaal niet met een naar gevoel. Het publiek is gedurende de voorstelling muisstil geweest, maar het luidde applaus doet vermoeden, dat velen thuis nog zullen nadenken over de vragen die zijn gesteld tijdens de voorstelling en nog meer de vraag die indirect werd opgeroepen door de voorstelling:“Wat is mijn donkere kant?”. En dat is wat theater moet zijn een medium om het publiek op de proef te stellen. Het publiek een spiegel voor houden. De grenzen verkennen van hetgeen getoond moet worden. Een boodschap brengen en hopen dat de ontvanger niet alleen naar de prachtige voorstelling heeft gekeken, maar vooral diep in zijn eigen ogen gaat kijken. Confrontatie met de eigen ziel.

Vechten voor cultuur door koningen van de straat.

Kings - Made in da shade
Gezien vrijdag 20 januari 2006
Frascati 1, Amsterdam

Made in da shade is een jonge groep theatermakers die een nieuwe vorm van theater probeert neer te zetten: multicultureel en multidisciplinair. Integratie van kunstgenres is bij iedere voorstelling het overkoepelende uitgangspunt. Alle zintuigen moeten op scherp worden gezet, want ze zijn jong snel en hard. Oren en ogen krijgen een constante stroom van informatie. Geen wonder dat het publiek grotendeels ook van de jonge en snelle generatie is. De jonge theatermakers veroveren het hart van jongeren. Het lukt hen namelijk wel: jong, hip, zwart en wit Nederland het theater in te krijgen. Maatschappijkritiek maakt het voor jongeren levend, waardoor deze vaak niet-geoefende kijker naar hartelust de, bijna, “rebelse” theatervorm tot zich kan nemen. Een moment van verveling lijkt onmogelijk, je wordt een theaterconsument met alle veelkleurigheid die daarbij hoort, ongeacht de uiteindelijke beoordeling.

Kings past in het rijtje van multiculturele, multidisciplinaire en multimediale voorstellingen. Het decor met de boksring is eenvoudig, maar doeltreffend met behulp van veel technische snufjes worden de drie spelers gefilmd en de live geproduceerde geluiden versterkt. Tijdens de voorstelling Kings wordt je meegesleept in badtrips, ruige seks door egotrippende macho’s. Op multiculturele beats voelt het publiek in de zaal zich aangesproken. Hoewel de spelers de lach aan hun zijde hebben lijkt het soms wel een wrangzoete lach van pijnlijke herkenning. Het verhaal gaat over drie vrienden van de straat en een zus, die vermoord is. De heftige straatcultuur wordt op het toneel gebracht. Hoewel het spel af en toe wat overtrokken is, lijken de drie jongens de machocultuur zich wel heel erg eigen te hebben gemaakt. Als de mannen echter hun machojas afschudden en vrouw spelen of hun zachtere kant laten zien wordt de clash van alle genres zo mooi ingezet! Alle zintuigen worden geprikkeld en je voelt de warmte, de pijn, de liefde in het gevecht van de straat. Lichten knipperen, vele geluiden worden ingezet en ook het videoscherm wordt totaal geïntegreerd in het toneelplaatje. Op andere momenten lijken deze elementen soms wat teveel, snel is goed, maar teveel kan je afleiden van de daadwerkelijke tekstuele boodschap van de voorstelling.

Ik vind het verrassend en mooi als de jongens ook klassieke dans goed neer weten te zetten, maar met de suggestieve seksueel getinte dansjes vraag ik mij af of deze daadwerkelijk, naast de toch enige mate van ranzigheid, een toegevoegde waarde hebben. Naarmate de voorstelling echter zijn einde nadert is het spel echt geloofwaardig, je voelt je onderdeel van het gevecht van de straat. Alle elementen vallen nu ook samen. Subtiliteit en kwetsbaarheid wordt ingezet in het spel. Het masker lijkt bij iedereen te vallen. Het geheim wordt onthuld. Op de straat gaat het over status, het leven is een gevecht. En helaas is dit gevecht gaande, en eindigt deze in een doodsvonnis voor hen die zich niet houden aan de regels van de jongens van de straat.

Made in da shade is hard op weg en vecht in deze voorstelling letterlijk en figuurlijk voor cultuur, maar vooralsnog lijkt er nog geen brug te zijn geslagen naar het stadsschouwburgpubliek. Jong en talentol zijn ze zeker wel, en het zou juist voor deze theatergangers een goed idee te zijn om een kijkje te nemen in deze nieuwe cultuur.

Tuesday, January 31, 2006

Overzicht bezochte voorstellingen

Opening Night (Toneelgroep Amsterdam/NTGent), woensdag 12 april 2006, Stadsschouwburg Amsterdam.

Huis van de toekomst (Toneelgroep Amsterdam/Theatercompagnie), donderdag 30 maart 2006, het compagnie theater.

Killusion (Ontroerend Goed), vrijdag 24 maart 2006, Brakke Grond.

Het Belang van Ernst (Het Nationale Toneel), zondag 19 maart 2006, Stadsschouwburg Amsterdam.

Kermis in de hel (DOX), maandag 6 maart 2006, Stadsschouwburg Utrecht.

Madame de Sade (Toneelgroep Amsterdam), dinsdag 28 februari 2006, Stadsschouwburg Amsterdam.

De Buikspreekster (Golden Palace), vrijdag 24 februari 2006, Theater Bellevue.

VAMPYR (Stuffed Puppet), vrijdag 17 februari 2006 (Nederlandse première),
Theater Bellevue.

Faceless (Keren Levi/DWA/Grand Theatre), woensdag 15 februari 2006. Frascati 1, Something Raw 2006.

Denne (Toneelgroep Amsterdam), vrijdag 3 februari 2006. Brakke Grond. (recensie)

Dark Side (DOX), zaterdag 28 januari 2006, Frascati 1.(recensie)

Kings (Made in da Shade), vrijdag 20 januari 2006, Frascati 1. (recensie)

OELOEK 2 OF PSYCHOSE VAN DE LEMMING (Afstudeerproject studenten Theaterkade), donderdag 19 januari 2006, Pleintheater.

Perfect wedding (Toneelgroep Amsterdam), donderdag 1 december 2005, Stadsschouwburg Amsterdam.

De asielzoeker (NTGent), dinsdag 15 november 2005, Stadsschouwburg Amsterdam.

Bruid in de morgen (Nationale Toneel), donderdag 10 november 2005, Nieuwe de la Mar Theater.

Maria, eeuwig durende bijstand (Theater Zuidpool/Dastheater), donderdag 3 november 2005, Brakke Grond.

Showroom survival (Boogaerdt/Van der Schoot en Het syndicaat), dinsdag 18 oktober 2005, Brakke Grond.

Conjunto de nero (emio greco/pc), woensdag 12 oktober 2005, Universiteitstheater Amsterdam.

Love (Nieuw West/Marien Jongewaard), dinsdag 11 oktober 2005, Frascati 2. (recensie)

Proust 4: de kant van Marcel (Ro Theater), vrijdag 30 september 2005, Toneelschuur Haarlem.

Don Carlos (Toneelgroep Amsterdam/Theatercompagnie), dinsdag 27 september 2005, Stadsschouwburg Amsterdam.

Op hoop van zegen (Polly Maggoo), vrijdag 23 september 2005, Toneelschuur Haarlem.

Het temmen van de Feeks (Toneelgroep Amsterdam), woensdag 14 september 2005, Stadsschouwburg Amsterdam.

Dragelijk/Tragbar (NTGent/Schauspielhaus Zurich), maandag 5 september 2005, Brakke Grond.

De dood is de laatste sensatie

De voorstelling Love is gemaakt door Marien Jongewaard/Nieuw West. Marien Jongewaard volgde de opleiding Docent Dansexpressie en vervolgens de Mime-opleiding van de AmsterdamseTheaterschool. Al tijdens zijn studie begon hij met het maken van eigen theaterpresentaties. Rond 1980 kwam als vervolg op initiatieven van producties door Marien Jongewaard, tijdens zijn opleiding, de theatergroep Nieuw West tot stand. Jongewaard werkte hierin samen met collega-theatermaker Dik Boutkan en met Rob de Graaf, die de teksten schreef voor het gezelschap. Nieuw West onderscheidt zich vanaf het ontstaan door het maken van tegendraadse en radicale voorstellingen. Toch erken(d)en velen de bijzondere kwaliteit van deze moderne mimevoorstellingen die blijft werken en zich blijft ontwikkelen. Inmiddels is Marien Jongewaard alleen verantwoordelijk voor de artistieke continuïteit van Nieuw West, hoewel hij vele kusntenaars in de arm neemt om met hem samen te werken, zoals in Love Marijke Warmerdam. Met haar is hij gaan werken vanuit een persoonlijke bewondering voor haar werk. Dat werk is volgens hem eerlijk met een persoonlijke dynamiek. Het overschreeuwt zichzelf niet. Het gaat vaak over de balans. Dit zien we gedeeltelijk terug in de voorstelling Love. In de voorstelling Love leren we, door een terugblik van de hoofdpersoon, twee mannen kennen, die beiden een bestaan leven gekenmerkt door existentiële leegte. Hoewel de twee in compleet contrast met elkaar staan qua levensstijl is dat gevoel van leegte, in de voorstelling vormgegeven door een volledig inhoudsloze mannelijke liefdesrelatie, dat wat hen bindt. Dit alles met de stad Amsterdam als herinnering. In de voorstelling draait het om de man met het ideaal versus de man met de macht. De kleine kunstenaar versus de grote geldtrekker. De idealist die niet de zoete overwinning proeft, door zijn ambities niet aan te sluiten bij de smaak en wil van het volk zoals Joop, (ja niet alleen de naam suggereert hier de Joop van den Ende) de geldwolf en de machtswellusteling dat wel doet. Een concept dat waarschijnlijk zeer gewaardeerd wordt door de linkse elite.

Hoewel Love als een solovoorstelling wordt gepresenteerd waarin Marien Jongewaard op zoek zou gaan naar de beloften en de beklemmingen van een voorbije tijd, vind ik de rol van Joop, als karakter op het toneel aanwezig, zeer van belang. Niet alleen omdat de eindeloze zwartgallige verhalen en humor van de hoofdpersoon enigszins eenzijdig waren, en helaas daardoor na verloop van tijd enigszins voorspelbaar, maar vooral omdat de kern van het stuk juist het contrast tussen deze twee is. Tussen wat hen bindt en wat hen scheidt. Wat de een heeft, en de ander niet. En wat er dan nog te wensen overblijft. Tijdens de dialogen werd ik het meest in de voorstelling gezogen: de voelbare spanning van haat en liefde tussen twee mannen met totaal van elkaar afwijkende visies, werd dan echt werkelijkheid. Daarentegen gebruikte Marien Jongewaard in zijn monologen dermate veel gezichtsexpressie en beweging, dat ik mij niet altijd evenzeer kon inleven in de gesproken tekst, die door dit lichaamsgebruik soms ook gewoonweg niet te volgen was. Toch heb ik het idee dat het Marien Jongewaard is gelukt wat hij heeft geprobeerd namelijk: hij heeft zijn idee over wat rest van de Avant-Garde namelijk: iemand dood maken, op een eerlijke en met persoonlijke dynamiek weergegeven. In de stijl die hij zo waardeert van Marijke Warmerdam. Hoewel hij zichzelf soms wel overschreeuwde, is dat iemand dood maken uiteindelijk wat mij is bijgebleven. In de woorden van het personage Joop: “De dood is de laatste sensatie”

Love
Nieuw West/Marien Jongewaard
Gezien in Frascati 2, dinsdag 11 oktober 2005